Gepost op

Hoe overleef je de paaseitjes? ;-)

Honderdduizenden mensen gaan voor de bijl in de dagen rond Pasen. Door alle chocolade-eitjes en andere verleidingen geven ze bij voorbaat hun goede voornemens op om gezond te leven. Wil je dat het jou niet gebeurt dit jaar? Gebruik deze tips om de beste Paasdagen ooit te krijgen:

  1. Kies alleen de dingen die je echt lekker vindt. Nog een stap verder: kies op gewone dagen één keer het allerlekkerste snoep/koek/snack/zoete drankje en laat de rest links liggen. Doe dat op feestdagen twee keer. Zo help je jezelf kiezen voor het allerbeste.
  2. Eet en drink met aandacht en proef goed. Ook met ‘gewoon’ eten en drinken. Het zorgt voor meer verzadiging en meer genieten. Eetmoment klaar? Ruim al het eten en drinken op.
  3. Eet op regelmatige tijden, zodat je niet een bak snoep of taart wegwerkt omdat je gewoon honger hebt.
  4. Ga naar buiten en beweeg, het is lente! Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding. 😉 Naar buiten gaan zorgt dat je je frisser en energieker voelt en minder behoefte krijgt aan snoep en koek.
  5. Focus op het contact met mensen om je heen – bekenden of onbekenden. Daar word je gelukkiger van dan van eten.

Nog niet zo gemakkelijk? Doe mee met de Weg met de Weegschaal Springweken, dan oefen je dit soort dingen en voor je het weet doe je ze automatisch. Kun je je voorstellen hoe anders je dag er dan uitziet?

Gepost op

7 toptips voor een gezond en fit gevoel

1. Het gaat om goed eten, niet om slecht eten.

Je hoeft niet op te letten of je teveel slechte dingen eet – zorg gewoon dat je genoeg goede dingen eet! Dan krijg je vanzelf minder honger, dus ook minder behoefte aan snaaien en snoepen. Goede dingen zijn bijvoorbeeld groente, eieren, volkoren granen, vis, (ongebrande, ongezouten) noten, fruit, kip, peulvruchten en ‘puur’ vlees.

2. Gezond eten herken je gemakkelijk: het heeft geleefd en gegroeid.

Planten en dieren maken eten voor jou terwijl ze leven en groeien. Als ze geoogst of geslacht worden, kan er geen voeding meer bij komen. Maar er kan wel voeding verdwijnen! Bijvoorbeeld als het eten lang ligt of bewerkt wordt in de fabriek. Een ezelsbruggetje is dus: hoe meer je de plant of het dier nog kunt herkennen, des te gezonder is het eten.

3. Zorg voor afwisseling

Als je verschillende soorten eet van die ‘goede’ dingen, krijg je ook verschillende voedingsstoffen binnen. Zo verzamelt je lichaam alles wat het nodig heeft. Dus de ene dag een banaan, de andere dag een appel. De ene keer tomaat, dan weer komkommer. De ene keer makreel, de andere keer kip.

4. Het beste moment om te eten, is het moment dat je honger hebt.

Als je honger hebt, vraagt je lichaam om brandstof en voedingsstoffen. Als die binnenkomen, worden ze meteen gebruikt. Twee voordelen: je voelt je lekker in je vel en het eten wordt niet als vet opgeslagen in je lichaam.

5. Een kleine stap is al genoeg.

Een kleine verbetering kan al veel opleveren. Bijvoorbeeld een tomaat of een stuk komkommer toevoegen aan je lunch. Of een gezond tussendoortje regelen voor half vier ´s middags, omdat je dan altijd honger krijgt en loopt te snoepen. Er komt vanzelf weer een nieuw stapje dat je wilt zetten. Dat werkt beter dan allerlei grootste voornemens, die je steeds weer opgeeft!

6. Als je iets lekkers eet, proef dan echt.

Mensen die (te)veel eten, vergeten vaak te proeven. Kies je voor iets lekkers, ga en dan goed voor zitten en let op die lekkere smaak in je mond (in plaats van alleen maar op de tv, de persoon tegenover je, de volgende hap die je gaat nemen…).

7. Eet bij elke maaltijd groente en eiwitten.

Eiwitten zijn bouwstoffen die bijvoorbeeld zitten in noten, eieren, vlees, vis, kip, kaas en peulvruchten zoals bonen. Ze zorgen dat je je goed verzadigd voelt en niet meteen weer honger krijgt. In groente zitten vitamines, mineralen en vezels. Ze zorgen ervoor dat je lichaam krijgt wat het nodig heeft en dat je spijsvertering goed werkt.

(Deze tips komen uit het boek Weg met de Weegschaal.)

Gepost op

Als je wilt afvallen, moet je toch minder eten?

Een vraag die ik regelmatig krijg: Als het mij lukt om helemaal in balans te komen en alleen de voeding te nemen die mijn lijf nodig heeft (niet meer en niet minder), hoe kan ik dan afvallen? Blijf ik dan niet gewoon alleen stabiel in mijn gewicht? Ik zal uiteindelijk toch minder calorieën moeten nemen en meer moeten verbranden om gewicht te verliezen?

Klinkt logisch! Moet je dus expres te weinig gaan eten om af te vallen? Het antwoord is: nee, je moet wel stoppen met teveel eten, maar je moet zeker ook geen honger gaan lijden.

De gedachtegang van deze vraag ontstaat als je eten en je gewicht als een rekensommetje gaat beschouwen: als je x calorieën teveel eet, kom je y kilo aan en als je x calorieën minder eet, val je y kilo af. Die benadering wordt vaak gekozen. Alleen klopt hij niet. Je lichaam doet niet aan wiskunde, maar aan biologie. 😉

Je lichaam slaat vet op om te overleven. Hoe meer onzekerheid er is, des te meer reserves wil je lichaam hebben. Net als mensen die in onzekere tijden leven en die proberen om geld te bewaren op allerlei plekken. Als je je lichaam consequent goed verzorgt (o.a. genoeg eten, water, zuurstof en rust, niet teveel stress en gifstoffen die verwerkt moet worden), neemt de onzekerheid af en dus de behoefte aan vetreserves.

Een voorbeeld: mensen vallen soms af als ze eindelijk genoeg gaan slapen, zelfs als ze niets aan hun calorie-inname of hun beweegpatroon veranderen. Je lichaam kan immers ook van binnen veranderen. En als je stofwisseling en/of je hormoonhuishouding beter gaat draaien, worden de voedingsstoffen en de brandstof die binnenkomen beter verwerkt. Dat kun je vergelijken met een weg waar evenveel auto’s overheen rijden, maar waar de verkeerslichten, de invoegstroken en de kruispunten verbeterd worden. Die gaat beter doorstromen en krijgt minder file.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat iemand die teveel eet, zal aankomen. En iemand die weinig beweegt, houdt een slechtere stofwisseling en een slechtere conditie, waardoor je minder energie verbruikt en dus zwaarder blijft. Maar ook dat is eerder biologie dan wiskunde.

Gepost op

Stressen om rust te krijgen?

Misschien herken je dit wel: je loopt jezelf op te jagen met het idee: “Als ik dit voor elkaar heb, dán krijg ik rust.” Met andere woorden: nu kan ik geen rust hebben, want mijn leven en ik zijn niet goed genoeg.

Het vervelende is: er is altijd wel iets wat je niet onder controle hebt. Komt die rust en ontspanning er dan ooit wel van?

Het werkt beter om het om te keren. Laat eerst tot je doordringen dat jij en je leven nu al goed genoeg zijn en ontspan. Dan kun je daarna met plezier de dingen gaan doen die je belangrijk vindt.

Gepost op

Vanaf nu ga ik niet meer snoepen

Bij mensen die willen afvallen, geef ik vaak aan dat het belangrijk is om je doel daarbij te weten en te bepalen wat je wilt in plaats van wat je niet meer wilt. Ik kreeg daar laatst een vraag over via de e-mail:

“Ik heb besloten dat ik niet meer wil snoepen, omdat ik mijn bloedsuiker stabiel wil houden. Dan is mijn doel toch gewoon niet snoepen? Waarom is dat geen geschikt doel?”

Veel mensen willen minder snoepen (of niet meer snoepen). Maar je doel is niet ‘niet snoepen’. Met dat ‘niet snoepen’ probeer je iets te bereiken. Bijvoorbeeld dat je je rustiger voelt of fitter. Vaak zeggen mensen ook: ik wil ermee bereiken dat ik slank word. Maar ook dat wil je met een reden: omdat je je aantrekkelijk wilt voelen, of gezond, of nog weer iets anders… Daar komt je echte doel tevoorschijn.

Als je niet goed weet waar je het voor doet, geef je jezelf zomaar een verbod: ik mag niet snoepen. Dat houden mensen meestal niet vol. Misschien heb je dat al eens gemerkt, omdat je al eerder gezegd had dat je niet meer ging snoepen en het toch weer bent gaan doen.

Wanneer je je echte doel weet, geeft dat steun om goede beslissingen te nemen. Stel dat iemand bijvoorbeeld als doel heeft: ik wil me aantrekkelijk voelen. Dan zal hij op veel momenten snoep afslaan, of het niet in huis halen. Want iemand die de hele dag loopt te snoepen is niet zo aantrekkelijk (zelfs niet als hij slank is).

Maar er zullen af en toe ook momenten zijn dat hij wel iets lekkers neemt. Bijvoorbeeld omdat hij samen met anderen wil genieten van een leuk moment, of omdat hij nieuwsgierig is naar een bepaalde smaak. In staat zijn om te genieten hoort ook bij aantrekkelijk zijn. Als hij nooit iets mag, raakt hij op een gegeven moment gestrest. Dan is hij niet aantrekkelijk en bereikt hij zijn echte doel dus niet.

Je begrijpt vast al dat je zo’n doel (aantrekkelijk zijn, ontspannen zijn, of wat je ook kiest) heel eerlijk in de gaten moet houden. Als je ‘ik moet ook genieten, want dat hoort bij aantrekkelijk zijn’ als smoesje gaat gebruiken om de hele dag te snoepen, weet je diep in je hart dat je jezelf voor de gek houdt. En dan vind je jezelf helemaal niet aantrekkelijk.

Gemakkelijk is dit allemaal dus niet. Maar het is wel heel interessant om je eigen drijfveren te weten en bovendien krijg je er veel meer kracht van. Alles gaat meer ‘kloppen’. En dat is nodig als je blijvend wilt afvallen.

Gepost op

Wacht, even opnieuw

Pfff… ik ben moe. Te laat naar bed gegaan. Heb geen zin in fietsen. Het regent. Koud, nat. Gedoe, trein. Stom. Beh.

Wacht, even opnieuw.

Zo, even mijn duffe hoofd schoon laten waaien. Lekker fris op de fiets en dan in de trein mijn e-mail netjes bijwerken voor een opgeruimd gevoel.

Gepost op

Iets lekkers – wel of niet nemen?

Ik at net een koffiebroodje. Het lag er en ik had er wel zin in. Toen ik de laatste hap doorslikte, kwam er een vraag in me op. Misschien vind je het leuk om er ook over na te denken als je een keer iets lekkers wilt nemen, of dat net gedaan hebt.

De vraag was: wat hoopte ik dat dit koffiebroodje mij op zou leveren? Een fijne ervaring tijdens het eten? (Ik heb tijdens het eten met iemand staan praten en de helft van de smaak gemist. Het was ook in 2 minuten op.)

Een tevreden gevoel omdat ik iets lekkers had gegeten? (Ik heb al eerder in mijn leven koffiebroodjes gegeten en wist al hoe het ging smaken, dus ik heb er geen nieuwe ervaring bij gekregen.)

Iets anders?

Mijn eindconclusie in dit geval was: het heeft me niet zoveel gebracht. Dat helpt me een volgende keer om een betere beslissing te nemen.

Gepost op

Minder druk? Zeg vaker nee!

Een eenvoudige manier om drukte en stress te verminderen is ‘nee’ zeggen als mensen je iets vragen wat je liever niet doet, of waar je geen tijd voor hebt. Maar misschien vind je het lastig om nee te zeggen. Je wil de ander niet teleurstellen of afwijzen. Altijd ‘ja ‘zeggen betekent echter dat je niet meer toekomt aan andere dingen die voor jou heel belangrijk zijn, of te weinig tijd overhoudt voor rust en ontspanning. En daarmee stel je jezelf teleur.
Om beter ‘ja’ of ‘nee’ te kunnen zeggen, is het slim om even bedenktijd in te lasten. Al is het maar tien seconden. Dan voel je wel aan wat je echte antwoord is. Is het nee, geef je antwoord dan zonder je te verdedigen. Dus liever ‘ik wil dat liever niet doen, het spijt me’ dan ‘ik wil dat niet doen want ik heb daar echt geen tijd voor’. Geef je een verklaring, dan ontstaat er een discussie over de verklaring (‘maar het kost echt niet veel tijd hoor!’ etc.) in plaats van dat de ander incasseert dat jij het niet wilt doen.

Blijf na je ‘nee’ even stil, zodat de ander je antwoord kan verwerken en erop kan reageren. Wat die reactie wordt, weet je niet. Je hoeft je dus ook niet op van alles voor te bereiden. Neem het zoals het komt. Je bent eerlijk geweest en je geeft de ander de kans om zijn verzoek neer te leggen bij iemand die het graag doet (wat veel leuker is).

Oefenen? Begin met kleine, makkelijke dingen. Oefen bijvoorbeeld als iemand vraagt of je nog iets wil drinken. Wees je bewust van de momenten waarop je haast automatisch ‘ja’ zegt, neem even pauze, en ontdek wat je werkelijke antwoord op de vraag is. Later kan je je nieuwe vaardigheid toepassen op moeilijker vragen.

Gepost op

Positieve psychologie

De positieve psychologie is een nog vrij jonge tak van de wetenschap, maar wel een belangrijke. Hij houdt zich bezig met de vraag: hoe kunnen mensen zich goed voelen? Eén van de inzichten die daarbij naar voren komen, is dat dingen verbeteren veel sneller en gemakkelijker gaat als je je concentreert op wat goed gaat. Dus: waar zit jouw kracht, wat lukt al, waar ben je tevreden over? Door het vertrouwen en de energie die je daarvan krijgt, ga je nieuwe stappen zetten.

We zijn nogal eens geneigd om veel en lang te praten over problemen en dingen die mensen niet goed doen. Dat is jammer, want daardoor worden de knelpunten eerder groter dan kleiner. In ieder geval gevoelsmatig. Om slim gebruik te maken van de positieve psychologie kan je bijvoorbeeld:

  • Elke dag stilstaan bij wat goed gaat en wat je goed kan. Bijvoorbeeld voor je naar bed gaat of aan het eind van een werkdag. Misschien is het zelfs leuk om die dingen op te schrijven.
  • Oefenen in het doorvragen op wat er goed gaat bij jezelf en andere mensen. “Hoe gaat het?” “Goed hoor.” … en dan? Probeer bijvoorbeeld eens: “Oh, wat leuk. Vertel eens?”, “Wat fijn. Wat gaat er vooral goed?” of “Dat voelt vast lekker?”.
  • Bedenken welke dingen jij goed kan, als je een probleem wilt aanpakken. Van welke talenten en vaardigheden zou je gebruik kunnen maken, die je al eerder hebben geholpen?
Gepost op

Als ik niet (meer) afval, geef ik op

Met ‘geen resultaat zien’ bedoelen mensen vaak dat ze op de weegschaal niet zien dat ze zijn afgevallen. Of misschien ben je zelfs een paar ons aangekomen. Het lastige is, dat dit altijd een keer zal gebeuren. Niemand ziet zijn gewicht in een rechte lijn naar beneden gaan. Onder andere omdat je lichaam altijd naar balans zoekt: als het zou toestaan dat je aan een stuk door blijft afvallen, zou je het niet overleven.

Maar er zijn ook andere redenen dat je gewicht soms niet daalt of zelfs stijgt. Er zit bijvoorbeeld variatie in je gewicht. De ene dag houd je meer vocht vast dan de andere (bijvoorbeeld omdat je weinig gedronken hebt en je lichaam als noodmaatregel extra vocht vasthoudt) of er zit meer of minder voedsel in je darmen. Zo kan iemand na een weekend met een uitgebreid diner twee kilo zwaarder zijn – niet omdat hij er twee kilo vet bij heeft, maar omdat hij meer vocht en voedsel in zijn lichaam heeft. Bij vrouwen is er meestal extra variatie op basis van de hormooncyclus.

Door de maand heen kun je één tot drie kilo variëren in gewicht. Als je elke dag weegt, zul je dus ook de stijgingen zien. Ben je daar gevoelig voor, dan kan dat je flink ontmoedigen. Heb je gisteren zo je best gedaan, ben je twee ons aangekomen! Dat is niet eerlijk! Maar feitelijk is er maar één oplossing om zulke teleurstellingen te voorkomen: weeg minder vaak. Bijvoorbeeld maximaal eens per week op een vast moment. En kijk dan vooral naar de grote lijnen van wat er met je gewicht gebeurt, niet naar onsjes meer of minder.

Nog een goede reden daarvoor: veel personenweegschalen geven een cijfer achter de komma. Maar over het algemeen zijn ze niet nauwkeurig genoeg om betrouwbare cijfers achter de komma te geven. Als je je druk maakt omdat je een ons meer weegt dan gisteren, weeg je in werkelijkheid misschien wel een ons minder en dan maak je je dus druk om niets!

Deze tekst komt uit het boek Afvallen met meer succes. Daarin vind je nog 106 andere tips en oplossingen.