Gepost op

Nog 4 tips om niet aan te komen tijdens je vakantie

Nog een kleine aanvulling op de tips van vorige week

Tip 6. Drink voldoende water

Hoe warmer het is in jouw vakantieoord, des te belangrijker is deze tip. Onder normale omstandigheden heb je ongeveer 1,5 liter water/vocht per dag nodig om je lichaam goed te laten functioneren. Dat is de hoeveelheid die je op een dag verliest. Is het warm, dan moet je nog meer verloren water aanvullen. Je voordeel: een lekker gevoel èn een lijf dat goed werkt. Zonder water loopt je stofwisseling slechter en dan kom je sneller aan.

Tip 7. Alcohol

Een lekker wijntje voor de tent, een cocktail aan de bar, een biertje op het strand. Kijk eens of je deze uitdaging aandurft: drink alcoholische dranken als toevoeging aan de goede stemming en gebruik ze niet om de stemming te ‘maken’. Een drankje nemen en er op je gemak van proeven mag natuurlijk altijd. Deze uitdaging geldt dus vooral voor degenen die de wijn per fles drinken en het bier per sixpack.

Tip 8. Actief is leuk

Wat zijn je beste herinneringen als je thuiskomt? De momenten dat je sliep, doezelde en niets deed? De momenten dat je met een te volle buik en teveel wijn op ging slapen? Of de momenten dat je de slappe lach had tijdens het badmintonnen, een watergevecht hield, rondliep en een praatje maakte met iemand, een prachtig plekje in de omgeving ontdekte? Als je actief bezig bent, komt je lichaam tot leven en dan ervaar je vaak meer. Kijk eens of je vanaf dag één van je vakantie actieve momenten kunt inbouwen.

Tip 9. Waar komen die zorgen vandaan?

In het ideale geval heb je je eet- en leefgewoonten op orde en sta je niet eens stil bij ‘aankomen tijdens de vakantie’. Je geniet dan volop van eten en drinken, zonder teveel te nemen. Ben jij nog niet zover, maak dan een plan om hier naartoe te werken. Het is toch vreemd dat je je hier zorgen over maakt? Zorg dat het je volgend jaar niet weer overkomt! Het is nergens voor nodig.

Prettige vakantie!

Gepost op

5 tips om niet aan te komen tijdens je vakantie

Kom je na je vakantie altijd een paar kilo zwaarder thuis, zodat je die er weer af moet vechten? Of ben je daar bang voor, zodat je niet voor honderd procent van je vakantie kunt genieten? Wie weet kunnen de volgende tips je helpen.

Tip 1. Zorg voor regelmaat

De kans bestaat dat je tijdens je vakantie een ander leefritme hebt dan normaal. Sta je bijvoorbeeld op andere tijden op? Eet je op andere tijden? Eet je andere dingen? Beweeg je meer of minder? Je lichaam houdt van regelmaat. Kijk wat je kunt doen om je lijf te laten weten waar het aan toe is. Als je dagen anders zijn dan buiten de vakantie, kun je misschien een vast ‘vakantieritme’ aanhouden. Dat geeft je rust, zodat je meer kunt genieten en lekkerder in je vel zit.

Tip 2. Maak vakantie en ‘normaal’ allebei leuk

Veel mensen willen in de vakantie volop genieten en uit hun dagelijkse sleur stappen. Geldt dat voor jou ook? Als je alleen je vakantie als een fijne tijd ziet en je dagelijks leven niet, dan is de kans groter dat je in je vakantie ‘overmatig’ wilt genieten. Vier je vakantie met gedachten als ‘eet, drink, luier, dans, voel de zon, want straks is het weer voorbij en dan moet ik weer een hele tijd wachten op iets leuks’? Neem in je vakantie dan de tijd om na te denken waarom je zo weinig geniet van je dagelijkse dingen. Wat gaat daar mis? Als je weet dat er een leuk leven op je wacht als je thuis bent, neemt de onrust af die er tijdens je vakantie voor kan zorgen dat je je overeet of bijvoorbeeld veel alcohol drinkt.

Tip 3. Zorg goed voor jezelf

Op vakantie zijn dingen anders dan anders. Daardoor loop je het risico dat je geen voedzaam eten bij je hebt als je honger hebt. Voorkom dat! Zorg dat je kunt krijgen wat je nodig hebt, anders loop je de hele dag naar eten te zoeken en de verkeerde dingen in je mond te steken.

Tip 4. Bedenk wat voor jou ontspanning is

Is vakantie bij jou het ultieme moment om te ontspannen? Gelijk heb je. Zowel je lichaam als je geest houden van ontspanning op z’n tijd. Ze hebben dat zelfs nodig. Wat voor activiteitenpatroon zou jou een perfect ontspannende vakantie bezorgen?
Houd je van zonvakanties? Misschien denk je dat je ontspant als je de hele dag in de zon kunt liggen met een cocktail en een zak chips naast je (of een variant hierop). Ga eens na of niets doen en de hele dag plat liggen en eten en drinken werkelijk de kern zijn van een goed gevoel. Wat maakt dat dat voor jou als ‘ontspanning’ voelt? Is het dat je niets hoeft en alles mag? Is het dat je weg kunt suffen en alles wat je bezighoudt dan even vergeet? Iets anders? De dingen waar jij van aan kunt komen tijdens de vakantie (teveel eten, teveel alcohol, te weinig bewegen), zijn die echt de belangrijkste ingrediënten van je vakantie?

Tip 5. Proef!

Misschien ben je wel in het buitenland op vakantie, of op een plaats in Nederland waar ze bijzonder eten en drinken hebben. Of het eten smaakt gewoon anders omdat het vakantie is. Vergeet niet te proeven! Vaak gaat het lekkers zo snel naar binnen, dat je er nauwelijks van kunt genieten. Eet hap voor hap, neem de tijd, geniet ervan. Zo overeet je je niet snel – en het maakt je vakantie nog veel prettiger.

Volgende week nog een paar aanvullende tips!

 

Gepost op

7 toptips voor een gezond en fit gevoel

1. Het gaat om goed eten, niet om slecht eten.

Je hoeft niet op te letten of je teveel slechte dingen eet – zorg gewoon dat je genoeg goede dingen eet! Dan krijg je vanzelf minder honger, dus ook minder behoefte aan snaaien en snoepen. Goede dingen zijn bijvoorbeeld groente, eieren, volkoren granen, vis, (ongebrande, ongezouten) noten, fruit, kip, peulvruchten en ‘puur’ vlees.

2. Gezond eten herken je gemakkelijk: het heeft geleefd en gegroeid.

Planten en dieren maken eten voor jou terwijl ze leven en groeien. Als ze geoogst of geslacht worden, kan er geen voeding meer bij komen. Maar er kan wel voeding verdwijnen! Bijvoorbeeld als het eten lang ligt of bewerkt wordt in de fabriek. Een ezelsbruggetje is dus: hoe meer je de plant of het dier nog kunt herkennen, des te gezonder is het eten.

3. Zorg voor afwisseling

Als je verschillende soorten eet van die ‘goede’ dingen, krijg je ook verschillende voedingsstoffen binnen. Zo verzamelt je lichaam alles wat het nodig heeft. Dus de ene dag een banaan, de andere dag een appel. De ene keer tomaat, dan weer komkommer. De ene keer makreel, de andere keer kip.

4. Het beste moment om te eten, is het moment dat je honger hebt.

Als je honger hebt, vraagt je lichaam om brandstof en voedingsstoffen. Als die binnenkomen, worden ze meteen gebruikt. Twee voordelen: je voelt je lekker in je vel en het eten wordt niet als vet opgeslagen in je lichaam.

5. Een kleine stap is al genoeg.

Een kleine verbetering kan al veel opleveren. Bijvoorbeeld een tomaat of een stuk komkommer toevoegen aan je lunch. Of een gezond tussendoortje regelen voor half vier ´s middags, omdat je dan altijd honger krijgt en loopt te snoepen. Er komt vanzelf weer een nieuw stapje dat je wilt zetten. Dat werkt beter dan allerlei grootste voornemens, die je steeds weer opgeeft!

6. Als je iets lekkers eet, proef dan echt.

Mensen die (te)veel eten, vergeten vaak te proeven. Kies je voor iets lekkers, ga en dan goed voor zitten en let op die lekkere smaak in je mond (in plaats van alleen maar op de tv, de persoon tegenover je, de volgende hap die je gaat nemen…).

7. Eet bij elke maaltijd groente en eiwitten.

Eiwitten zijn bouwstoffen die bijvoorbeeld zitten in noten, eieren, vlees, vis, kip, kaas en peulvruchten zoals bonen. Ze zorgen dat je je goed verzadigd voelt en niet meteen weer honger krijgt. In groente zitten vitamines, mineralen en vezels. Ze zorgen ervoor dat je lichaam krijgt wat het nodig heeft en dat je spijsvertering goed werkt.

(Deze tips komen uit het boek Weg met de Weegschaal.)

Gepost op

Als je wilt afvallen, moet je toch minder eten?

Een vraag die ik regelmatig krijg: Als het mij lukt om helemaal in balans te komen en alleen de voeding te nemen die mijn lijf nodig heeft (niet meer en niet minder), hoe kan ik dan afvallen? Blijf ik dan niet gewoon alleen stabiel in mijn gewicht? Ik zal uiteindelijk toch minder calorieën moeten nemen en meer moeten verbranden om gewicht te verliezen?

Klinkt logisch! Moet je dus expres te weinig gaan eten om af te vallen? Het antwoord is: nee, je moet wel stoppen met teveel eten, maar je moet zeker ook geen honger gaan lijden.

De gedachtegang van deze vraag ontstaat als je eten en je gewicht als een rekensommetje gaat beschouwen: als je x calorieën teveel eet, kom je y kilo aan en als je x calorieën minder eet, val je y kilo af. Die benadering wordt vaak gekozen. Alleen klopt hij niet. Je lichaam doet niet aan wiskunde, maar aan biologie. 😉

Je lichaam slaat vet op om te overleven. Hoe meer onzekerheid er is, des te meer reserves wil je lichaam hebben. Net als mensen die in onzekere tijden leven en die proberen om geld te bewaren op allerlei plekken. Als je je lichaam consequent goed verzorgt (o.a. genoeg eten, water, zuurstof en rust, niet teveel stress en gifstoffen die verwerkt moet worden), neemt de onzekerheid af en dus de behoefte aan vetreserves.

Een voorbeeld: mensen vallen soms af als ze eindelijk genoeg gaan slapen, zelfs als ze niets aan hun calorie-inname of hun beweegpatroon veranderen. Je lichaam kan immers ook van binnen veranderen. En als je stofwisseling en/of je hormoonhuishouding beter gaat draaien, worden de voedingsstoffen en de brandstof die binnenkomen beter verwerkt. Dat kun je vergelijken met een weg waar evenveel auto’s overheen rijden, maar waar de verkeerslichten, de invoegstroken en de kruispunten verbeterd worden. Die gaat beter doorstromen en krijgt minder file.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat iemand die teveel eet, zal aankomen. En iemand die weinig beweegt, houdt een slechtere stofwisseling en een slechtere conditie, waardoor je minder energie verbruikt en dus zwaarder blijft. Maar ook dat is eerder biologie dan wiskunde.

Gepost op

Vanaf nu ga ik niet meer snoepen

Bij mensen die willen afvallen, geef ik vaak aan dat het belangrijk is om je doel daarbij te weten en te bepalen wat je wilt in plaats van wat je niet meer wilt. Ik kreeg daar laatst een vraag over via de e-mail:

“Ik heb besloten dat ik niet meer wil snoepen, omdat ik mijn bloedsuiker stabiel wil houden. Dan is mijn doel toch gewoon niet snoepen? Waarom is dat geen geschikt doel?”

Veel mensen willen minder snoepen (of niet meer snoepen). Maar je doel is niet ‘niet snoepen’. Met dat ‘niet snoepen’ probeer je iets te bereiken. Bijvoorbeeld dat je je rustiger voelt of fitter. Vaak zeggen mensen ook: ik wil ermee bereiken dat ik slank word. Maar ook dat wil je met een reden: omdat je je aantrekkelijk wilt voelen, of gezond, of nog weer iets anders… Daar komt je echte doel tevoorschijn.

Als je niet goed weet waar je het voor doet, geef je jezelf zomaar een verbod: ik mag niet snoepen. Dat houden mensen meestal niet vol. Misschien heb je dat al eens gemerkt, omdat je al eerder gezegd had dat je niet meer ging snoepen en het toch weer bent gaan doen.

Wanneer je je echte doel weet, geeft dat steun om goede beslissingen te nemen. Stel dat iemand bijvoorbeeld als doel heeft: ik wil me aantrekkelijk voelen. Dan zal hij op veel momenten snoep afslaan, of het niet in huis halen. Want iemand die de hele dag loopt te snoepen is niet zo aantrekkelijk (zelfs niet als hij slank is).

Maar er zullen af en toe ook momenten zijn dat hij wel iets lekkers neemt. Bijvoorbeeld omdat hij samen met anderen wil genieten van een leuk moment, of omdat hij nieuwsgierig is naar een bepaalde smaak. In staat zijn om te genieten hoort ook bij aantrekkelijk zijn. Als hij nooit iets mag, raakt hij op een gegeven moment gestrest. Dan is hij niet aantrekkelijk en bereikt hij zijn echte doel dus niet.

Je begrijpt vast al dat je zo’n doel (aantrekkelijk zijn, ontspannen zijn, of wat je ook kiest) heel eerlijk in de gaten moet houden. Als je ‘ik moet ook genieten, want dat hoort bij aantrekkelijk zijn’ als smoesje gaat gebruiken om de hele dag te snoepen, weet je diep in je hart dat je jezelf voor de gek houdt. En dan vind je jezelf helemaal niet aantrekkelijk.

Gemakkelijk is dit allemaal dus niet. Maar het is wel heel interessant om je eigen drijfveren te weten en bovendien krijg je er veel meer kracht van. Alles gaat meer ‘kloppen’. En dat is nodig als je blijvend wilt afvallen.

Gepost op

We draaien in kringetjes

afvallen dieet afslankenEerst zegt iemand: wie te dik is, eet teveel. Mensen moeten leren bij hoeveel calorieën je moet stoppen.

Dan zegt iemand: nee, nu vergeet je iets: bewegen is belangrijk. Mensen bewegen te weinig. We zijn namelijk minder calorieën gaan eten in de loop van de jaren, maar we zijn toch zwaarder geworden. Dat komt omdat we te weinig bewegen.

Dan komt er iemand die zegt: jullie visie is zo beperkt. Het gaat niet om calorieën of energiebalans. Het gaat erom dat we geen echte voeding meer binnenkrijgen. We eten leeg voedsel en dingen die we niet horen te eten, zoals graan en melk. Het komt omdat we te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen.

Dan komt er iemand die zegt: met praten over minder eten, beter eten of meer bewegen komen we er niet. Eten is een emotioneel probleem. Mensen eten omdat ze op zoek zijn naar vervulling. En eten geeft geen vervulling, maar maakt ze dik en geeft ze een schuldgevoel. Dus wordt het emotionele probleem nog groter. Je moet de emotionele problemen behandelen.

En dan wordt het stil. En dan denk ik: hoe vaak moeten we deze discussie nou nog herhalen, alsof hij nog nieuw is? Iedereen heeft gelijk, maar intussen schieten we er geen donder mee op.

Ja, het zou mooi zijn als mensen goed voedsel kozen en daar precies de juiste hoeveelheid van aten. Ja, het zou mooi zijn als ze genoeg bewogen. Ja, het is nodig om emotionele problemen op te lossen als die er zijn. Maar de helft van de Nederlandse bevolking is volgens de normen te zwaar. En van de rest van de mensen denkt nog eens de helft dat ze te zwaar zijn, waardoor ze rare gewoontes aanleren (en overbrengen aan hun kinderen). Moeten we nu driekwart van de mensen permanente begeleiding geven van een dietist, een personal trainer én een therapeut?

Of kunnen we nu gaan kijken naar hoe wij in elkaar zitten. En hoe we daar met zijn allen zo mee om kunnen gaan, dat we langzaam weer op het juiste spoor komen. Want met een inwendig systeem dat ingesteld is op overleven in schaarste, kom je gewoon in de problemen als je in overvloed leeft. We blijven hamsteren, bang zijn dat een ander sterker is en proberen om alle prikkels op te vangen en te verwerken. Overgewicht is daar slechts één gevolg van. Vermoeidheid, vruchtbaarheidsproblemen, depressie en nog veel meer symptomen, horen ook in het rijtje.

Citaat van Albert Einstein:

“We can not solve our problems, with the same level of thinking that created them”.

Gepost op

Ik moet meedoen, maar ook slank blijven…

Als iemand in je omgeving wil dat je ‘gezellig meedoet’, maar ook van je verwacht dat je slank blijft, hoe ga je daar dan mee om? Het lijkt in zo’n geval of iemand je in een onmogelijke situatie dwingt. Je moet mee-eten en -drinken, maar je mag er niet van aankomen. Hoe je dat oplost, zoek je zelf maar uit…

Als je vanuit de ander denkt, ontstaat er misschien net zo’n onmogelijke verwachting: jij wilt geen deel uitmaken van het gezellig samen eten en genieten, waardoor de ander dat ook niet meer met jou kan doen. Of anders ‘klaag’ je daarna over de gevolgen.

Hierover blijven discussiëren levert waarschijnlijk weinig op. Misschien vind je nieuwe oplossingen als je het gaat hebben over wat je nu allebei écht wilt. De ander wil gezelligheid en genieten. Wat is de kern van gezelligheid en genieten voor hem of haar? Wees daar nieuwsgierig naar en koppel het even los van jouw eigen vraagstukken.

Daarnaast is de vraag wat jij zelf nu precies wil. Wat vind jij belangrijk in die momenten samen? Hoe wil jij je voelen, wat is voor jou genieten en gezelligheid? Want waarschijnlijk zijn jullie het er best over eens dat jullie genieten en gezelligheid een (belangrijke) plek in jullie leven willen geven. Als je dat voor ogen houdt, is de discussie niet zo onmogelijk meer. Vooral als jullie het ook over iets anders eens zijn: dat je graag wilt dat jullie allebei lekker in je vel zitten.

Gepost op

Als ik niet (meer) afval, geef ik op

Met ‘geen resultaat zien’ bedoelen mensen vaak dat ze op de weegschaal niet zien dat ze zijn afgevallen. Of misschien ben je zelfs een paar ons aangekomen. Het lastige is, dat dit altijd een keer zal gebeuren. Niemand ziet zijn gewicht in een rechte lijn naar beneden gaan. Onder andere omdat je lichaam altijd naar balans zoekt: als het zou toestaan dat je aan een stuk door blijft afvallen, zou je het niet overleven.

Maar er zijn ook andere redenen dat je gewicht soms niet daalt of zelfs stijgt. Er zit bijvoorbeeld variatie in je gewicht. De ene dag houd je meer vocht vast dan de andere (bijvoorbeeld omdat je weinig gedronken hebt en je lichaam als noodmaatregel extra vocht vasthoudt) of er zit meer of minder voedsel in je darmen. Zo kan iemand na een weekend met een uitgebreid diner twee kilo zwaarder zijn – niet omdat hij er twee kilo vet bij heeft, maar omdat hij meer vocht en voedsel in zijn lichaam heeft. Bij vrouwen is er meestal extra variatie op basis van de hormooncyclus.

Door de maand heen kun je één tot drie kilo variëren in gewicht. Als je elke dag weegt, zul je dus ook de stijgingen zien. Ben je daar gevoelig voor, dan kan dat je flink ontmoedigen. Heb je gisteren zo je best gedaan, ben je twee ons aangekomen! Dat is niet eerlijk! Maar feitelijk is er maar één oplossing om zulke teleurstellingen te voorkomen: weeg minder vaak. Bijvoorbeeld maximaal eens per week op een vast moment. En kijk dan vooral naar de grote lijnen van wat er met je gewicht gebeurt, niet naar onsjes meer of minder.

Nog een goede reden daarvoor: veel personenweegschalen geven een cijfer achter de komma. Maar over het algemeen zijn ze niet nauwkeurig genoeg om betrouwbare cijfers achter de komma te geven. Als je je druk maakt omdat je een ons meer weegt dan gisteren, weeg je in werkelijkheid misschien wel een ons minder en dan maak je je dus druk om niets!

Deze tekst komt uit het boek Afvallen met meer succes. Daarin vind je nog 106 andere tips en oplossingen.

Gepost op

Werken die eiwitdieten?

Bijna elk dieetboek en elk dieet dat op dit moment populair is, draait erom: minder koolhydraten eten en meer eiwitten (proteïnen) eten. Hiervoor hadden we een vetarme hype, bijvoorbeeld met de boeken van Sonja Bakker. Nu hebben we net als in de Atkinstijd een koolhydraatarme hype. Zit er iets nuttigs in de adviezen?

Zeker, je kunt er je voordeel mee doen. Daarvoor is het allereerst handig als je weet op welk idee de koolhydraatarme diëten gebaseerd zijn. Wij eten met zijn allen veel koolhydraten en vooral teveel bewerkte koolhydraten die snel in je bloed worden opgenomen. Suiker bijvoorbeeld en producten die van wit meel gemaakt zijn. Daar raakt je lichaam door van slag: je gaat meer insuline aanmaken en meer vet opslaan. Bovendien krijg je sneller en vaker honger.

Diëten die je een menu voorschrijven zonder koolhydraten, zijn bedoeld om de overspannen productie van insuline te stoppen. Daardoor stopt ook de vetopslag. Bovendien krijg je geen ‘normale’ energie binnen, is het idee, dus moet je lichaam ergens anders energie vandaan halen. Uit je vetreserves bijvoorbeeld.

Als je alleen maar de koolhydraten weglaat en niets anders aan je voeding verandert, eet je heel weinig en krijg je honger. Dat hou je niet vol en bovendien gaat je lichaam op de spaarstand, zoals bij elk dieet met te weinig brandstof erin. Dat wordt opgelost door je in je dieet meer eiwitten te laten eten. Eiwitten bevatten bouwstoffen voor je lichaam in de vorm van aminozuren. Ze leveren ook energie, alleen kost het omzetten van eiwitten in energie je lichaam de nodige moeite. Daarom krijg je niet zulke hoge energiepieken als bij bewerkte koolhydraten.

Ideaal dus, zo’n eiwitdieet als je wilt afvallen? Ja en nee. Als je gevoelig bent voor koolhydraten en vaak dingen eet met suiker en/of wit meel erin, zal je lichaam tot rust komen als je daarmee stopt. Als je intussen ook genoeg blijft eten om geen honger te krijgen, is de kans een stuk kleiner dat je het jojo-effect weer tegenkomt. Kleiner, maar niet afwezig! Als je je eiwitdieet ziet als een tijdelijk programma, waar je na een tijdje mee stopt, komen je verloren kilo’s gewoon weer terug.

En sommige eiwitdiëten zijn behoorlijk eenzijdig: alleen maar vlees en vis, eieren, soms met zuivel erbij, soms met groente erbij. Granen of fruit zijn meestal niet ‘toegestaan’. Dat geeft twee risico’s: je kunt voedingsstoffen gaan missen, waardoor je minder fit wordt en juist minder goed vet kunt afbreken. Je lichaam vindt het mogelijk zwaar om almaar eiwitten te verteren en geen ‘normale’ energie te krijgen. Je hersenen werken op koolhydraten, dus die moeten ergens gemaakt worden of geregeld… En het is saai, dus de kans dat je na een tijdje wilt stoppen is best groot.

Wil je de nadelen vermijden en de voordelen wel krijgen? De clou van eiwitdiëten bestaat uit drie delen:

  • Vermijd suikers en snelle koolhydraten (wit meel, witte rijst, witte pasta…).
  • Zorg dat je goed verzadigd bent na je maaltijd. Dat kan bijvoorbeeld door meer groente erbij te eten en ook eens iets anders te eten dan brood. Misschien kun je bijvoorbeeld een lunch maken van groente gecombineerd met eieren, bonen, ‘puur’ vlees, vis, soep en/of yoghurt.
  • Denk van tevoren na over wat je wilt eten en regel dat voor jezelf. Dan eet je met meer aandacht en je eet op tijd en iets gezonds.

Met deze drie aandachtspunten kun je ook zonder dieet meer rust krijgen in je lichaam en in je hoofd. En daar val je van af. Maar nu blijvend!