Gepost op

Het begin der tijden

Stel dat het einde van de Mayakalender betekende dat er een nieuw tijdperk aanbrak. Of dat het nieuwe jaar een nieuw tijdperk markeert. Of dat jij gewoon kiest voor een andere insteek vanaf nu.

Dan zou er een nieuwe tijd aan kunnen breken waarin het niet meer draait om groter, meer en sneller. Niet meer om bang zijn dat je iets te kort komt, of dat je tekort schiet. In het nieuwe tijdperk kan centraal staan dat we investeren in de dingen die echt de moeite waard zijn. En ons concentreren op wat goed is.

Wat zou er gebeuren als je ervan uitgaat dat er genoeg is van alles om je goed te voelen? Genoeg om comfort te hebben, te genieten, dingen te delen met andere mensen. Genoeg tijd, genoeg geld, genoeg grondstoffen…

Tekorten ontstaan alleen als een paar mensen alles voor zichzelf houden, omdat ze bang zijn dat ze tekort zullen komen. Zo creëren we zelf de tekorten waar we zo bang voor waren! En een aantal belangrijke dingen vermeerderen zich juist als je ze deelt: contact bijvoorbeeld, of liefde, passie of aandacht.

Populaire onderwerpen als duurzaamheid, mindfulness en ‘het nieuwe werken’ passen prachtig bij het uitgangspunt dat er genoeg is, dat er veel goeds is en dat delen positief werkt. Dus misschien zijn we al toegegroeid naar het nieuwe tijdperk.

En dat is mooi, want als je kiest voor dingen die echt de moeite waard zijn, word je ook nog minder moe en minder dik. Dus… laat het nieuwe tijdperk maar beginnen!

 

Gepost op

Waarom doe ik dit?

Soms doe je iets waar je eigenlijk niet blij mee bent. Bijvoorbeeld een zak snoep of chips leegeten, op de bank hangen in plaats van te gaan bewegen, te laat naar bed gaan. Misschien verzucht je in zo’n geval wel eens: waarom doe ik dit toch??

Als je echt over die vraag gaat nadenken, zou je op nieuwe mogelijkheden en oplossingen kunnen stuiten. De vraag ‘waarom deed ik dit’ kun je op drie manieren benaderen:

  1. Wat is er gebeurd, dat dit gedrag bij mij getriggerd werd? Welke omstandigheden waren er, welke gebeurtenissen?
  2. Wat wilde ik hiermee bereiken? Wat voor doel had ik?
  3. Wat zit er in mijn karakter/persoonlijkheid, dat ik geneigd bent tot dit gedrag?

Deze drie soorten oorzaken leiden samen tot jouw ‘onhandige’ gewoonte. Zitten er ergens mogelijkheden om een nieuwe gewoonte aan te leren?

 

Gepost op

Versgeperst vruchtensap

Je kunt ze steeds vaker onderweg kopen: flesjes versgeperst vruchtensap. En misschien maak je ook regelmatig zelf een glaasje, want vers sap heeft een gezond imago.

Aan dat imago kleven een paar risico’s. Bijvoorbeeld dat je denkt dat vruchtensap drinken gelijk staat aan fruit eten. Bij het persen blijft echter vaak een deel van het vruchtvlees achter in de pers. En misschien laat je je sap even staan, of koop je het in een fles die al een tijdje staat (of zelfs gepasteuriseerd sap bevat). Dan verlies je voedingswaarde. Als je een stuk fruit neemt en dat meteen opeet, heeft dat een betere voedingswaarde dan sap.

Een tweede aandachtspunt is dat je gemakkelijk drie of vier porties fruit opdrinkt in sapvorm. Of misschien nog veel meer, als je een halve literfles leegdrinkt. Zoveel sap ineens geeft een flinke hoeveelheid suikers en calorieën. En waar je bij een stuk fruit eten niet zo bang hoeft te zijn voor de suikers (er komen immers tegelijkertijd allerlei vitamines, mineralen en vezels binnen, dus het is volwaardige voeding), heeft vruchtensap ook iets weg van limonade.

Als je dit in gedachten houdt, kun je vast goede keuzes maken voor jezelf. Bijvoorbeeld je fruit niet vervangen door sap, maar gewoon uit de hand eten. Zo vaak mogelijk sap maken met zowel groente als fruit erin. Je sap persen vlak voordat je het opdrinkt. Of op een feestje geen vier glazen sinaasappelsap of appelsap achter elkaar voor jezelf inschenken (zeker niet uit een pak!), maar kiezen voor water of spa, of een rondje overslaan omdat je geen dorst meer hebt.

Gepost op

Werken die eiwitdieten?

Bijna elk dieetboek en elk dieet dat op dit moment populair is, draait erom: minder koolhydraten eten en meer eiwitten (proteïnen) eten. Hiervoor hadden we een vetarme hype, bijvoorbeeld met de boeken van Sonja Bakker. Nu hebben we net als in de Atkinstijd een koolhydraatarme hype. Zit er iets nuttigs in de adviezen?

Zeker, je kunt er je voordeel mee doen. Daarvoor is het allereerst handig als je weet op welk idee de koolhydraatarme diëten gebaseerd zijn. Wij eten met zijn allen veel koolhydraten en vooral teveel bewerkte koolhydraten die snel in je bloed worden opgenomen. Suiker bijvoorbeeld en producten die van wit meel gemaakt zijn. Daar raakt je lichaam door van slag: je gaat meer insuline aanmaken en meer vet opslaan. Bovendien krijg je sneller en vaker honger.

Diëten die je een menu voorschrijven zonder koolhydraten, zijn bedoeld om de overspannen productie van insuline te stoppen. Daardoor stopt ook de vetopslag. Bovendien krijg je geen ‘normale’ energie binnen, is het idee, dus moet je lichaam ergens anders energie vandaan halen. Uit je vetreserves bijvoorbeeld.

Als je alleen maar de koolhydraten weglaat en niets anders aan je voeding verandert, eet je heel weinig en krijg je honger. Dat hou je niet vol en bovendien gaat je lichaam op de spaarstand, zoals bij elk dieet met te weinig brandstof erin. Dat wordt opgelost door je in je dieet meer eiwitten te laten eten. Eiwitten bevatten bouwstoffen voor je lichaam in de vorm van aminozuren. Ze leveren ook energie, alleen kost het omzetten van eiwitten in energie je lichaam de nodige moeite. Daarom krijg je niet zulke hoge energiepieken als bij bewerkte koolhydraten.

Ideaal dus, zo’n eiwitdieet als je wilt afvallen? Ja en nee. Als je gevoelig bent voor koolhydraten en vaak dingen eet met suiker en/of wit meel erin, zal je lichaam tot rust komen als je daarmee stopt. Als je intussen ook genoeg blijft eten om geen honger te krijgen, is de kans een stuk kleiner dat je het jojo-effect weer tegenkomt. Kleiner, maar niet afwezig! Als je je eiwitdieet ziet als een tijdelijk programma, waar je na een tijdje mee stopt, komen je verloren kilo’s gewoon weer terug.

En sommige eiwitdiëten zijn behoorlijk eenzijdig: alleen maar vlees en vis, eieren, soms met zuivel erbij, soms met groente erbij. Granen of fruit zijn meestal niet ‘toegestaan’. Dat geeft twee risico’s: je kunt voedingsstoffen gaan missen, waardoor je minder fit wordt en juist minder goed vet kunt afbreken. Je lichaam vindt het mogelijk zwaar om almaar eiwitten te verteren en geen ‘normale’ energie te krijgen. Je hersenen werken op koolhydraten, dus die moeten ergens gemaakt worden of geregeld… En het is saai, dus de kans dat je na een tijdje wilt stoppen is best groot.

Wil je de nadelen vermijden en de voordelen wel krijgen? De clou van eiwitdiëten bestaat uit drie delen:

  • Vermijd suikers en snelle koolhydraten (wit meel, witte rijst, witte pasta…).
  • Zorg dat je goed verzadigd bent na je maaltijd. Dat kan bijvoorbeeld door meer groente erbij te eten en ook eens iets anders te eten dan brood. Misschien kun je bijvoorbeeld een lunch maken van groente gecombineerd met eieren, bonen, ‘puur’ vlees, vis, soep en/of yoghurt.
  • Denk van tevoren na over wat je wilt eten en regel dat voor jezelf. Dan eet je met meer aandacht en je eet op tijd en iets gezonds.

Met deze drie aandachtspunten kun je ook zonder dieet meer rust krijgen in je lichaam en in je hoofd. En daar val je van af. Maar nu blijvend!

Gepost op

Toch geen water drinken?

De afgelopen weken kwam ik een paar keer (nieuws)berichtjes tegen dat het advies om dagelijks water te drinken ter discussie gesteld was. Met andere woorden: ‘je moet je maar niet te druk maken als je weinig water drinkt en misschien is het zelfs slecht voor je om veel water te drinken’.

Omdat niet alle berichten duidelijk geformuleerd waren (omdat ‘er is iets geroepen maar er is geen nieuws’ nu eenmaal geen nieuws is), probeer ik even de logica weer terug te brengen in het verhaal.

  1. Als je meet hoeveel vocht wij gemiddeld kwijtraken op een dag (door plassen, zweten, uitademen) en hoeveel we binnenkrijgen (door vocht in voeding en in de lucht die we inademen), blijkt dat er 1,5 liter ontbreekt. Dat zou je dus moeten drinken op een dag om het evenwicht in stand te houden.
  2. Er lijkt geen bewijs te zijn dat extra veel water drinken goed is en zoveel water kan je lichaam ook belasten. Behalve als het warm is of je veel zweet natuurlijk, dan verlies je namelijk ook meer water.
  3. Er werd in de nieuwe berichten aangegeven dat de bedrijven die water verkopen je graag wijsmaken dat je flesjes water moet kopen en leegdrinken om gezond te blijven. In Nederland hebben we prima kraanwater, dus dat hoeft niet. Al die flesjes zijn nog slecht voor het milieu ook.
  4. Vocht uit andere dranken telt ook mee voor je anderhalve liter, behalve alcoholische drank (omdat het afbreken van alcohol veel water vraagt). Van koffie en zwarte thee wordt ook wel gezegd dat het minder effectief is, maar het effect is zeker niet nul.
  5. Een belangrijker argument om water te kiezen in plaats van fris, lightdrank, sap, koffie of thee zou kunnen zijn: als je lichaam dorst heeft, wil het water. Als je dat toch gaat wegklokken of gedachteloos gaat opdrinken, waarom zou je er dan een smaakje bij moeten hebben? En misschien zelfs suikers of andere stofjes, waar je lichaam op dat moment niet om vraagt?
  6. Ga je iets anders drinken dan water, dan kun je wel andere goede redenen hebben dan dorst. Misschien bevat je drankje voedingsstoffen die je graag wilt binnenkrijgen. Of je hebt zin in precies die smaak. Dan wel goed proeven hè, slokje voor slokje! En stoppen als je genoeg hebt. 😉
  7. Water drinken als je honger hebt, is net zoiets als eten als je moe bent. Het vervult je echte behoefte niet en houdt je lichaam onrustig.

Een argument dat ook opduikt in de berichtgeving, is dat je ‘gewoon’ naar de behoeftes van je lichaam kunt luisteren en de aanbeveling van hoeveel je moet drinken, naast je neer kunt leggen. In beginsel vind ik dat een mooi uitgangspunt, want je lichaam kan vaak goed aangeven wat het nodig heeft. Dus zou je zeggen: drink als je dorst hebt.

MAAR! We zijn zoveel met ons hoofd bezig tegenwoordig, dat we vaak onze aandacht niet bij ons lichaam hebben. En als je iets voelt in je lichaam, is de vraag of je altijd weet te herkennen welke behoefte je nou voelt. Zo dronk ik in mijn tienertijd bijna nooit iets en ik voelde ook geen dorst. Ik had wel altijd hoofdpijn, maar dat verband zag ik niet. Wist ik veel. Toen ik regelmatig water ging drinken, was die hoofdpijn wel binnen de kortste keren weg!

Misschien is een goede richtlijn dus wel: als je veel aandacht hebt voor je lichaam en je behoeftes en ze goed weet te herkennen, ga dan gerust af op je dorstgevoel. Heb je dat niet, of twijfel je, mik dan op 1,5 liter water of kruidenthee per dag. Ander drinken meetellen mag ook, maar neem dat andere drinken alleen als het je wat extra’s oplevert. En als je veel zweet of het is erg warm, neem dan wat extra.