Veel mensen hebben in de vakantie de neiging om meer te eten en te drinken dan normaal. Gedachten die daarbij passen, zijn bijvoorbeeld:

  • “Ik heb zo hard gewerkt, ik heb het verdiend.”
  • “De boog kan niet altijd gespannen staan.”
  • “Dit krijg ik thuis niet.”
  • “Op vakantie mag ik genieten, thuis ga ik wel weer opletten wat ik doe.”

Een gevolg kan zijn dat je meer eet of drinkt dan goed voor je is – en dat je dus aankomt. Als je ├ęcht geniet van alles wat je eet of drinkt, is dat niet eens zo erg. Maar de vraag is of overdaad je ontspanning en genot kan bieden. Of is elke dag een ijsje of een glas wijn (of misschien wel twee of meer?) algauw niet bijzonder meer en wordt het effect dus ook steeds minder? Terwijl je wel de gevolgen krijgt, in de vorm van minder conditie of een hoger gewicht?

Om niet in die valkuil te trappen, kan je bijvoorbeeld de volgende nieuwe/andere gedachten aanhouden:

  • “Vakantie is om te ontspannen en te herstellen. Dat geldt ook voor mijn lichaam, dat niet de hele dag suiker, alcohol en andere dingen zonder voedingswaarde wil moeten verwerken.”
  • “Het meeste geniet je (ook op vakantie) van echt contact met andere mensen, weg zijn van je standaard verantwoordelijkheden, mooie dingen zien en dingen ervaren. Daarbij hoeft lang niet altijd eten en drank centraal te staan.”
  • “Als ik zo’n behoefte heb aan genieten en ontspanning, kan ik beter de rest van het jaar mijn dagen beter inrichten, dan proberen een heel jaar afzien te compenseren in een paar weken vakantie.”