Gepost op

Wacht, even opnieuw

Pfff… ik ben moe. Te laat naar bed gegaan. Heb geen zin in fietsen. Het regent. Koud, nat. Gedoe, trein. Stom. Beh.

Wacht, even opnieuw.

Zo, even mijn duffe hoofd schoon laten waaien. Lekker fris op de fiets en dan in de trein mijn e-mail netjes bijwerken voor een opgeruimd gevoel.

Gepost op

Iets lekkers – wel of niet nemen?

Ik at net een koffiebroodje. Het lag er en ik had er wel zin in. Toen ik de laatste hap doorslikte, kwam er een vraag in me op. Misschien vind je het leuk om er ook over na te denken als je een keer iets lekkers wilt nemen, of dat net gedaan hebt.

De vraag was: wat hoopte ik dat dit koffiebroodje mij op zou leveren? Een fijne ervaring tijdens het eten? (Ik heb tijdens het eten met iemand staan praten en de helft van de smaak gemist. Het was ook in 2 minuten op.)

Een tevreden gevoel omdat ik iets lekkers had gegeten? (Ik heb al eerder in mijn leven koffiebroodjes gegeten en wist al hoe het ging smaken, dus ik heb er geen nieuwe ervaring bij gekregen.)

Iets anders?

Mijn eindconclusie in dit geval was: het heeft me niet zoveel gebracht. Dat helpt me een volgende keer om een betere beslissing te nemen.

Gepost op

Wat is onrust en hoe ga je er mee om?

Iedereen heeft wel eens onrust: het gevoel dat iets aan jou of je leven even niet gaat zoals je wilt. Dat is geen prettig gevoel. Het is oncomfortabel en ongemakkelijk. Daarom zul je vaak de neiging hebben om de onrust weg te drukken. Je gaat manieren zoeken om jezelf af te leiden, jezelf bij je gevoel weg te krijgen. Veel voorkomende ‘vluchtwegen’ zijn bijvoorbeeld tv kijken, eten, werken, alcohol drinken en analyseren. Maar feitelijk kun je elke handeling gebruiken om jezelf af te leiden.

  1. Je voelt je afhankelijk van die vluchtweg. Dat merk je aan gedachten als ‘Het eten is sterker dan ik’ of ‘Ik kan het niet helpen, ik zit wéér achter mijn beeldscherm’.
  2. Je doet niets aan de oorzaak van je onrust. Hij komt dus steeds weer terug.

Beide dingen kunnen je het gevoel geven dat je niet meer de leiding hebt over je eigen leven. Dat vinden de meeste mensen niet leuk. Een nieuwe bron van onrust dus!

Wat nu? Je kunt jezelf gaan trainen in een nieuwe vaardigheid: je onrust toelaten. Je zou dit een levensvaardigheid (life skill) kunnen noemen. Als je je op dit gebied ontwikkelt, heb je er de rest van je leven plezier van. Want je onrust toelaten, betekent dat je jezelf beter leert kennen, sterker wordt en beter met problemen en uitdagingen om kunt gaan.

Gezien de impact van deze stap, hoef je onrust toelaten niet ‘even’ te doen en meteen te kunnen. De meeste mensen hebben tijd nodig om te trainen.

Misschien dus fijn om een paar stappen mee te krijgen:

  1. Wen aan het idee dat onrust niet bedreigend is. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar het is gewoon een signaal dat er iets aan de hand is.
  2. Kom je onrust op het spoor door je eigen ‘vluchtwegen’ te inventariseren. Dan weet je: als ik eet/werk/rook/etc. zonder dat ik er echt met mijn volledige aandacht bij ben, ben ik mezelf waarschijnlijk aan het verdoven. Onrust?
  3. Begin eens met tien seconden wachten voor je je favoriete vluchtweg neemt. Of dertig seconden. Gewoon nieuwsgierig kijken wat er dan gebeurt. En merken dat je het overleeft. Misschien kan je dan ook wel langer.
  4. Vergeef jezelf dat je onrust hebt. En dat je niet weet wat je met je onrust aanmoet. En dat je toch weer je vluchtweg in gedoken bent. En ga dan terug naar stap 3.
Gepost op

Voorbeelden van normen

Een flink aantal normen op een rij:

  • Ik moet presteren.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik mag niet saai zijn.
  • Ik mag niet afgaan.
  • Ik mag niet onaardig zijn.
  • Ik mag niet ten einde raad zijn.
  • Ik moet rekening houden met andere mensen.
  • Ik moet mijn best doen.
  • Ik moet me verantwoordelijk gedragen.
  • Ik mag mezelf niet voor laten gaan op anderen.
  • Alles moet schoon en netjes zijn.
  • Ik moet dingen onder controle hebben.
  • Ik moet sociaal zijn.
  • Ik mag niet klagen.
  • Ik mag niet zeuren.
  • Ik mag alleen maar dingen zeggen waarvan ik zeker weet dat ze kloppen.
  • Ik mag geen mensen teleurstellen.
  • Ik mag geen mensen pijn doen.
  • Ik mag niet afhankelijk zijn.
  • Ik mag niet op andere mensen leunen.
  • Ik mag geen nerd zijn.
  • Ik mag niet drammen.
  • Ik mag geen loser zijn.
  • Ik moet vlot en charmant zijn.
  • Ik moet succesvol zijn.
  • Ik mag niet van anderen profiteren.
  • Ik moet altijd iets terugdoen als iemand iets voor mij doet.
  • Ik mag niet falen.
  • Ik mag niet de kantjes ervan aflopen.
  • Ik mag geen half werk afleveren.
  • Ik mag geen fouten maken.
  • Ik moet een dynamisch, spannend leven hebben.
  • Ik moet een relatie hebben.
  • Ik moet iets opbouwen, ergens naartoe werken.
  • Ik mag niet dom zijn.
  • Ik mag niet zwak zijn.
  • Ik mag niet ongedisciplineerd zijn.
  • Ik mag niet ziek zijn.
  • Ik mag geen ruzie maken.
  • Ik mag niet opvallen.
  • Ik mag niet uit de toon vallen.
  • Ik mag niet besluiteloos zijn.
  • Ik mag geen dingen doen waarvan ik de consequenties niet kan overzien.
  • Ik mag alleen dingen beloven die ik ook kan waarmaken.
  • Ik moet betrouwbaar zijn.
  • Ik moet het gezellig maken.
  • Ik mag niet geremd zijn.
  • Ik moet me altijd ontwikkelen.
  • Ik mag niet stilstaan.
  • Ik mag niet lui zijn.
  • Ik mag me niet aanstellen.
  • Ik mag niet sloom/traag zijn.
  • Ik mag niet om aandacht vragen.
  • Ik mag niet de kluts kwijt zijn.
  • Ik moet een doel hebben in mijn leven en daar naartoe werken.
  • Ik mag niet doorslaan.
  • Ik moet ontspannen zijn.
  • Ik mag niet moe zijn.
  • Ik mag niet onzeker zijn.
  • Ik moet zelfvertrouwen hebben.
  • Ik moet mezelf onder controle hebben.
  • Ik moet voor mezelf opkomen.
  • Ik moet er aantrekkelijk uitzien.
  • Ik moet realistisch zijn.
  • Ik moet bescheiden zijn.
  • Ik moet mijn problemen kunnen oplossen.
  • Ik moet hard werken.
  • Ik moet balans regelen in mijn leven.
  • Ik moet klaarstaan voor anderen.
  • Ik mag me niet vervelen.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik moet flexibel zijn.
  • Ik moet sterk zijn.
  • Ik mag niet overstuur raken.
  • Ik mag niet ontevreden zijn.
  • Ik moet constructief zijn.
  • Ik mag niet verdrietig zijn.
  • Ik mag geen flater slaan.
  • Ik moet aan de verwachtingen voldoen.
  • Ik moet dingen weten.
  • Ik moet objectief zijn.
  • Ik mag niet jaloers zijn.
  • Ik mag me niet ergeren.
  • Ik moet mensen het voordeel van de twijfel geven.
  • Ik mag mensen niet veroordelen.
  • Ik mag geen aandacht trekken.
  • Ik moet perfectie nastreven.
  • Ik moet naar mensen luisteren.
  • Ik mag geen medelijden opwekken.
  • Ik mag niet arrogant zijn.
  • Ik mag mensen geen mening opleggen.
  • Ik moet mensen in hun waarde laten.
  • Ik mag niet onredelijk zijn.
  • Ik mag niet koppig zijn.
  • Ik mag niet kleurloos zijn.
  • Ik mag niet pessimistisch zijn.
  • Ik mag niet te serieus zijn.
  • Ik moet doorzetten/volhouden.
  • Ik mag niet negatief zijn.
  • Ik mag niet impulsief zijn.
  • Ik mag niet verlegen zijn.
  • Ik mag niet met alle winden meewaaien.
  • Ik mag niet hebberig zijn.
  • Ik mag niet arm zijn.
  • Ik mag niet respectloos zijn.
  • Ik moet me inleven in anderen.
  • Ik moet betrokken zijn.
  • Ik mag niet onzorgvuldig zijn.
  • Ik mag niet chaotisch zijn.
  • Ik mag niet oppervlakkig zijn.
  • Ik mag niet oneerlijk zijn.
  • Ik mag mensen geen ongemakkelijk gevoel geven.
  • Ik mag me niet anders voordoen dan ik ben.
  • Ik mag niet verspillen.
  • Ik mag niet passief zijn.
  • Ik mag niet overgeslagen worden.
  • Ik mag niet over het hoofd gezien worden.
  • Ik mag niet onprofessioneel zijn.
  • Ik mag niet afstandelijk zijn.
  • Ik moet dingen durven.
  • Ik mag mensen niet tot last zijn.
  • Ik mag niet onduidelijk zijn.
  • Ik mag mensen niet in de steek laten.
  • Ik mag geen leuke dingen doen als er nog noodzakelijke dingen liggen.
  • Ik mag niet over me heen laten lopen.
  • Ik mag me niet slachtofferig gedragen.
  • Ik mag niet onrechtvaardig zijn.
  • Ik mag niet materialistisch zijn.
  • Ik mag niet hysterisch doen.
  • Ik mag niet oud overkomen.
  • Ik mag niet jong overkomen.
  • Ik mag niet ongeïnspireerd zijn.
  • Ik mag niet inconsequent zijn.
  • Ik mag geen ongenuanceerde dingen zeggen.
  • Ik moet schoon/netjes zijn
  • Ik moet eruit halen wat erin zit
  • Ik mag anderen niets opleggen
  • Als er nog werk ligt, moet ik het doen
  • Ik mag niet klagen over hard werken
  • Ik mag geen mensen in de steek laten
  • Ik moet klanten tevreden stellen
  • Ik moet genoeg inkomen hebben
  • Ik moet mijn verplichtingen nakomen
  • Ik mag niet gierig zijn
  • Ik mag niet slap zijn
  • Ik moet goed voor de dag komen
  • Ik moet alert zijn
  • Ik moet solidair zijn
  • Ik moet serieus genomen worden
  • Mensen moeten weten wat ze aan me hebben
  • Mensen moeten op me kunnen rekenen
  • Ik moet sympathiek zijn
  • Ik mag niet zuinig zijn
  • Ik moet dingen meemaken
  • Ik mag niet burgerlijk zijn
  • Ik mag geen beperkte leefwereld hebben
  • Ik moet vooruit komen
  • Ik moet zelfstandig zijn
  • Ik mag niet lelijk zijn
  • Ik mag niet dik zijn
  • Ik mag niet achterbaks zijn
  • Ik mag niet chagrijnig zijn
  • Ik mag niet slecht in mijn werk zijn
  • Ik mag niet onbetrouwbaar zijn
Gepost op

Minder druk? Zeg vaker nee!

Een eenvoudige manier om drukte en stress te verminderen is ‘nee’ zeggen als mensen je iets vragen wat je liever niet doet, of waar je geen tijd voor hebt. Maar misschien vind je het lastig om nee te zeggen. Je wil de ander niet teleurstellen of afwijzen. Altijd ‘ja ‘zeggen betekent echter dat je niet meer toekomt aan andere dingen die voor jou heel belangrijk zijn, of te weinig tijd overhoudt voor rust en ontspanning. En daarmee stel je jezelf teleur.
Om beter ‘ja’ of ‘nee’ te kunnen zeggen, is het slim om even bedenktijd in te lasten. Al is het maar tien seconden. Dan voel je wel aan wat je echte antwoord is. Is het nee, geef je antwoord dan zonder je te verdedigen. Dus liever ‘ik wil dat liever niet doen, het spijt me’ dan ‘ik wil dat niet doen want ik heb daar echt geen tijd voor’. Geef je een verklaring, dan ontstaat er een discussie over de verklaring (‘maar het kost echt niet veel tijd hoor!’ etc.) in plaats van dat de ander incasseert dat jij het niet wilt doen.

Blijf na je ‘nee’ even stil, zodat de ander je antwoord kan verwerken en erop kan reageren. Wat die reactie wordt, weet je niet. Je hoeft je dus ook niet op van alles voor te bereiden. Neem het zoals het komt. Je bent eerlijk geweest en je geeft de ander de kans om zijn verzoek neer te leggen bij iemand die het graag doet (wat veel leuker is).

Oefenen? Begin met kleine, makkelijke dingen. Oefen bijvoorbeeld als iemand vraagt of je nog iets wil drinken. Wees je bewust van de momenten waarop je haast automatisch ‘ja’ zegt, neem even pauze, en ontdek wat je werkelijke antwoord op de vraag is. Later kan je je nieuwe vaardigheid toepassen op moeilijker vragen.

Gepost op

Positieve psychologie

De positieve psychologie is een nog vrij jonge tak van de wetenschap, maar wel een belangrijke. Hij houdt zich bezig met de vraag: hoe kunnen mensen zich goed voelen? Eén van de inzichten die daarbij naar voren komen, is dat dingen verbeteren veel sneller en gemakkelijker gaat als je je concentreert op wat goed gaat. Dus: waar zit jouw kracht, wat lukt al, waar ben je tevreden over? Door het vertrouwen en de energie die je daarvan krijgt, ga je nieuwe stappen zetten.

We zijn nogal eens geneigd om veel en lang te praten over problemen en dingen die mensen niet goed doen. Dat is jammer, want daardoor worden de knelpunten eerder groter dan kleiner. In ieder geval gevoelsmatig. Om slim gebruik te maken van de positieve psychologie kan je bijvoorbeeld:

  • Elke dag stilstaan bij wat goed gaat en wat je goed kan. Bijvoorbeeld voor je naar bed gaat of aan het eind van een werkdag. Misschien is het zelfs leuk om die dingen op te schrijven.
  • Oefenen in het doorvragen op wat er goed gaat bij jezelf en andere mensen. “Hoe gaat het?” “Goed hoor.” … en dan? Probeer bijvoorbeeld eens: “Oh, wat leuk. Vertel eens?”, “Wat fijn. Wat gaat er vooral goed?” of “Dat voelt vast lekker?”.
  • Bedenken welke dingen jij goed kan, als je een probleem wilt aanpakken. Van welke talenten en vaardigheden zou je gebruik kunnen maken, die je al eerder hebben geholpen?
Gepost op

We draaien in kringetjes

afvallen dieet afslankenEerst zegt iemand: wie te dik is, eet teveel. Mensen moeten leren bij hoeveel calorieën je moet stoppen.

Dan zegt iemand: nee, nu vergeet je iets: bewegen is belangrijk. Mensen bewegen te weinig. We zijn namelijk minder calorieën gaan eten in de loop van de jaren, maar we zijn toch zwaarder geworden. Dat komt omdat we te weinig bewegen.

Dan komt er iemand die zegt: jullie visie is zo beperkt. Het gaat niet om calorieën of energiebalans. Het gaat erom dat we geen echte voeding meer binnenkrijgen. We eten leeg voedsel en dingen die we niet horen te eten, zoals graan en melk. Het komt omdat we te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen.

Dan komt er iemand die zegt: met praten over minder eten, beter eten of meer bewegen komen we er niet. Eten is een emotioneel probleem. Mensen eten omdat ze op zoek zijn naar vervulling. En eten geeft geen vervulling, maar maakt ze dik en geeft ze een schuldgevoel. Dus wordt het emotionele probleem nog groter. Je moet de emotionele problemen behandelen.

En dan wordt het stil. En dan denk ik: hoe vaak moeten we deze discussie nou nog herhalen, alsof hij nog nieuw is? Iedereen heeft gelijk, maar intussen schieten we er geen donder mee op.

Ja, het zou mooi zijn als mensen goed voedsel kozen en daar precies de juiste hoeveelheid van aten. Ja, het zou mooi zijn als ze genoeg bewogen. Ja, het is nodig om emotionele problemen op te lossen als die er zijn. Maar de helft van de Nederlandse bevolking is volgens de normen te zwaar. En van de rest van de mensen denkt nog eens de helft dat ze te zwaar zijn, waardoor ze rare gewoontes aanleren (en overbrengen aan hun kinderen). Moeten we nu driekwart van de mensen permanente begeleiding geven van een dietist, een personal trainer én een therapeut?

Of kunnen we nu gaan kijken naar hoe wij in elkaar zitten. En hoe we daar met zijn allen zo mee om kunnen gaan, dat we langzaam weer op het juiste spoor komen. Want met een inwendig systeem dat ingesteld is op overleven in schaarste, kom je gewoon in de problemen als je in overvloed leeft. We blijven hamsteren, bang zijn dat een ander sterker is en proberen om alle prikkels op te vangen en te verwerken. Overgewicht is daar slechts één gevolg van. Vermoeidheid, vruchtbaarheidsproblemen, depressie en nog veel meer symptomen, horen ook in het rijtje.

Citaat van Albert Einstein:

“We can not solve our problems, with the same level of thinking that created them”.

Gepost op

Zijn brood en koemelk slecht?

paleodieet oerdieet melk zuivel brood tarweHet oerdieet/paleodieet gaat er inderdaad vanuit dat we alleen dingen moeten eten die we oorspronkelijk ook al aten, dus bijvoorbeeld planten, vis, noten, vruchten. Twee belangrijke dingen die dan ‘ongewenst’ worden, naast de duidelijk bewerkte producten, zijn granen en zuivel. Die eten we pas sinds de landbouw is uitgevonden, zo’n 10.000 jaar geleden. Aangezien een groot deel van onze voeding tegenwoordig granen en zuivel als basis heeft, is het een hele lastige instructie om die uit je menu te bannen.

Vaak hoef je zover ook niet te gaan als je je goed wilt voelen. De stress van ‘alles niet mogen’ kan je meer kosten dan wat het nóg gezondere eten je zou opleveren. Je loopt ook het risico dat je te weinig of te eenzijdig gaat eten als je niet zoveel ‘paleovoeding’ tot je beschikking hebt. Of dat je je hele plan om gezond te eten overboord gooit omdat het niet haalbaar is. Dan heb ik liever dat mensen een kleinere stap zetten, die ze wél haalbaar vinden.

Daarbij denk ik, dat je niet kunt doen alsof we nog in de oertijd leven. Een vis van toen is niet hetzelfde als een vis nu. En wij leven totaal anders als je kijkt naar dagindeling, omgeving, activiteiten. Dat is een mooie aanvulling op de discussie over wat je nu wel of niet mag eten. En dan blijven kijken wat haalbaar en wenselijk is hè, van de ‘oer’ manier van leven. 🙂

Overigens is er ook een middenweg. We eten wel erg veel brood in Nederland en het is ook nog bijna altijd tarwebrood. Variatie is belangrijk, dus als je ook andere soorten brood neemt (bijvoorbeeld rogge, haver, spelt) of een keer iets anders eet bij je ontbijt of lunch, doe je je lichaam een plezier. Je krijgt andere voedingsstoffen, maar ook andere smaken. Dus proef je beter, beleef je meer en ben je beter verzadigd.

En wat uiteraard ook geldt: mensen die merken dat ze zich beter voelen als ze geen melk en/of geen brood/tarwe eten, moeten dat natuurlijk vooral volhouden.

Gepost op

Wat is het verschil tussen een gewichtsconsulent en een leefstijlcoach?

Bij Weg met de Weegschaal vind je gewichtsconsulenten en leefstijlcoaches. Wie kan jou het beste ondersteunen? Wat is het verschil? Hoewel elke professional zijn eigen persoonlijkheid en benadering heeft, is dit in het algemeen het verschil tussen gewichtsconsulenten, leefstijlcoaches (en diëtisten, voor het overzicht).

De gewichtsconsulent

Een gewichtsconsulent heeft een erkende opleiding tot gewichtsconsulent afgerond en is aangesloten bij de Beroepsvereniging Gewichtsconsulenten Nederland (BGN). Gewichtsconsulenten zijn opgeleid om een voedingsplan op te stellen dat mensen helpt om af te vallen of op gewicht te komen/blijven. Ter ondersteuning van het afslanken wordt vaak ook het onderwerp bewegen aangekaart. De gewichtsconsulent kan je informeren, motiveren en een plan op maat met je maken als je gezond bent en aan je gewicht wilt werken. Vind een WmdW gewichtsconsulent

De leefstijlcoach

Een leefstijlcoach is op hbo-niveau opgeleid en aangesloten bij de Beroepsvereniging Leefstijlcoaches Nederland (BLCN). Leefstijlcoaches hebben als specialisme dat ze mensen leren om goed om te gaan met alles wat ‘teveel’ is tegenwoordig. We raken met zijn allen overvoerd door het grote aanbod van informatie, voedsel, technologie, verwachtingen, kansen… Dat moet je leren managen en daar kunnen de meeste mensen wel wat ondersteuning bij gebruiken. Feitelijk leer je bij een leefstijlcoach om beter keuzes te maken. Vind een Visiom leefstijlcoach

De diëtist

Een diëtist is paramedisch opgeleid op hbo-niveau en is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Diëtisten (NVD). Op grond van hun medische kennis zijn diëtisten goed in staat om met iemand de voeding aan te passen om specifieke (medische) problemen te verminderen of te voorkómen. Zodra er iets met medicatie of supplementen aan de orde is, of er is een wisselwerking tussen voeding en ziekte, dan kan je beter bij een diëtist terecht.

Al deze professionals moeten vanuit hun beroepsvereniging continu aantonen dat ze hun vak bijhouden en op niveau zijn. Vandaar dat het belangrijk is om te kijken of je een ingeschreven professional treft.