Je kunt ze steeds vaker onderweg kopen: flesjes versgeperst vruchtensap. En misschien maak je ook regelmatig zelf een glaasje, want vers sap heeft een gezond imago.

Aan dat imago kleven een paar risico’s. Bijvoorbeeld dat je denkt dat vruchtensap drinken gelijk staat aan fruit eten. Bij het persen blijft echter vaak een deel van het vruchtvlees achter in de pers. En misschien laat je je sap even staan, of koop je het in een fles die al een tijdje staat (of zelfs gepasteuriseerd sap bevat). Dan verlies je voedingswaarde. Als je een stuk fruit neemt en dat meteen opeet, heeft dat een betere voedingswaarde dan sap.

Een tweede aandachtspunt is dat je gemakkelijk drie of vier porties fruit opdrinkt in sapvorm. Of misschien nog veel meer, als je een halve literfles leegdrinkt. Zoveel sap ineens geeft een flinke hoeveelheid suikers en calorieën. En waar je bij een stuk fruit eten niet zo bang hoeft te zijn voor de suikers (er komen immers tegelijkertijd allerlei vitamines, mineralen en vezels binnen, dus het is volwaardige voeding), heeft vruchtensap ook iets weg van limonade.

Als je dit in gedachten houdt, kun je vast goede keuzes maken voor jezelf. Bijvoorbeeld je fruit niet vervangen door sap, maar gewoon uit de hand eten. Zo vaak mogelijk sap maken met zowel groente als fruit erin. Je sap persen vlak voordat je het opdrinkt. Of op een feestje geen vier glazen sinaasappelsap of appelsap achter elkaar voor jezelf inschenken (zeker niet uit een pak!), maar kiezen voor water of spa, of een rondje overslaan omdat je geen dorst meer hebt.