Een flink aantal normen op een rij:

  • Ik moet presteren.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik mag niet saai zijn.
  • Ik mag niet afgaan.
  • Ik mag niet onaardig zijn.
  • Ik mag niet ten einde raad zijn.
  • Ik moet rekening houden met andere mensen.
  • Ik moet mijn best doen.
  • Ik moet me verantwoordelijk gedragen.
  • Ik mag mezelf niet voor laten gaan op anderen.
  • Alles moet schoon en netjes zijn.
  • Ik moet dingen onder controle hebben.
  • Ik moet sociaal zijn.
  • Ik mag niet klagen.
  • Ik mag niet zeuren.
  • Ik mag alleen maar dingen zeggen waarvan ik zeker weet dat ze kloppen.
  • Ik mag geen mensen teleurstellen.
  • Ik mag geen mensen pijn doen.
  • Ik mag niet afhankelijk zijn.
  • Ik mag niet op andere mensen leunen.
  • Ik mag geen nerd zijn.
  • Ik mag niet drammen.
  • Ik mag geen loser zijn.
  • Ik moet vlot en charmant zijn.
  • Ik moet succesvol zijn.
  • Ik mag niet van anderen profiteren.
  • Ik moet altijd iets terugdoen als iemand iets voor mij doet.
  • Ik mag niet falen.
  • Ik mag niet de kantjes ervan aflopen.
  • Ik mag geen half werk afleveren.
  • Ik mag geen fouten maken.
  • Ik moet een dynamisch, spannend leven hebben.
  • Ik moet een relatie hebben.
  • Ik moet iets opbouwen, ergens naartoe werken.
  • Ik mag niet dom zijn.
  • Ik mag niet zwak zijn.
  • Ik mag niet ongedisciplineerd zijn.
  • Ik mag niet ziek zijn.
  • Ik mag geen ruzie maken.
  • Ik mag niet opvallen.
  • Ik mag niet uit de toon vallen.
  • Ik mag niet besluiteloos zijn.
  • Ik mag geen dingen doen waarvan ik de consequenties niet kan overzien.
  • Ik mag alleen dingen beloven die ik ook kan waarmaken.
  • Ik moet betrouwbaar zijn.
  • Ik moet het gezellig maken.
  • Ik mag niet geremd zijn.
  • Ik moet me altijd ontwikkelen.
  • Ik mag niet stilstaan.
  • Ik mag niet lui zijn.
  • Ik mag me niet aanstellen.
  • Ik mag niet sloom/traag zijn.
  • Ik mag niet om aandacht vragen.
  • Ik mag niet de kluts kwijt zijn.
  • Ik moet een doel hebben in mijn leven en daar naartoe werken.
  • Ik mag niet doorslaan.
  • Ik moet ontspannen zijn.
  • Ik mag niet moe zijn.
  • Ik mag niet onzeker zijn.
  • Ik moet zelfvertrouwen hebben.
  • Ik moet mezelf onder controle hebben.
  • Ik moet voor mezelf opkomen.
  • Ik moet er aantrekkelijk uitzien.
  • Ik moet realistisch zijn.
  • Ik moet bescheiden zijn.
  • Ik moet mijn problemen kunnen oplossen.
  • Ik moet hard werken.
  • Ik moet balans regelen in mijn leven.
  • Ik moet klaarstaan voor anderen.
  • Ik mag me niet vervelen.
  • Ik mag mezelf niet op de borst kloppen.
  • Ik moet flexibel zijn.
  • Ik moet sterk zijn.
  • Ik mag niet overstuur raken.
  • Ik mag niet ontevreden zijn.
  • Ik moet constructief zijn.
  • Ik mag niet verdrietig zijn.
  • Ik mag geen flater slaan.
  • Ik moet aan de verwachtingen voldoen.
  • Ik moet dingen weten.
  • Ik moet objectief zijn.
  • Ik mag niet jaloers zijn.
  • Ik mag me niet ergeren.
  • Ik moet mensen het voordeel van de twijfel geven.
  • Ik mag mensen niet veroordelen.
  • Ik mag geen aandacht trekken.
  • Ik moet perfectie nastreven.
  • Ik moet naar mensen luisteren.
  • Ik mag geen medelijden opwekken.
  • Ik mag niet arrogant zijn.
  • Ik mag mensen geen mening opleggen.
  • Ik moet mensen in hun waarde laten.
  • Ik mag niet onredelijk zijn.
  • Ik mag niet koppig zijn.
  • Ik mag niet kleurloos zijn.
  • Ik mag niet pessimistisch zijn.
  • Ik mag niet te serieus zijn.
  • Ik moet doorzetten/volhouden.
  • Ik mag niet negatief zijn.
  • Ik mag niet impulsief zijn.
  • Ik mag niet verlegen zijn.
  • Ik mag niet met alle winden meewaaien.
  • Ik mag niet hebberig zijn.
  • Ik mag niet arm zijn.
  • Ik mag niet respectloos zijn.
  • Ik moet me inleven in anderen.
  • Ik moet betrokken zijn.
  • Ik mag niet onzorgvuldig zijn.
  • Ik mag niet chaotisch zijn.
  • Ik mag niet oppervlakkig zijn.
  • Ik mag niet oneerlijk zijn.
  • Ik mag mensen geen ongemakkelijk gevoel geven.
  • Ik mag me niet anders voordoen dan ik ben.
  • Ik mag niet verspillen.
  • Ik mag niet passief zijn.
  • Ik mag niet overgeslagen worden.
  • Ik mag niet over het hoofd gezien worden.
  • Ik mag niet onprofessioneel zijn.
  • Ik mag niet afstandelijk zijn.
  • Ik moet dingen durven.
  • Ik mag mensen niet tot last zijn.
  • Ik mag niet onduidelijk zijn.
  • Ik mag mensen niet in de steek laten.
  • Ik mag geen leuke dingen doen als er nog noodzakelijke dingen liggen.
  • Ik mag niet over me heen laten lopen.
  • Ik mag me niet slachtofferig gedragen.
  • Ik mag niet onrechtvaardig zijn.
  • Ik mag niet materialistisch zijn.
  • Ik mag niet hysterisch doen.
  • Ik mag niet oud overkomen.
  • Ik mag niet jong overkomen.
  • Ik mag niet onge├»nspireerd zijn.
  • Ik mag niet inconsequent zijn.
  • Ik mag geen ongenuanceerde dingen zeggen.
  • Ik moet schoon/netjes zijn
  • Ik moet eruit halen wat erin zit
  • Ik mag anderen niets opleggen
  • Als er nog werk ligt, moet ik het doen
  • Ik mag niet klagen over hard werken
  • Ik mag geen mensen in de steek laten
  • Ik moet klanten tevreden stellen
  • Ik moet genoeg inkomen hebben
  • Ik moet mijn verplichtingen nakomen
  • Ik mag niet gierig zijn
  • Ik mag niet slap zijn
  • Ik moet goed voor de dag komen
  • Ik moet alert zijn
  • Ik moet solidair zijn
  • Ik moet serieus genomen worden
  • Mensen moeten weten wat ze aan me hebben
  • Mensen moeten op me kunnen rekenen
  • Ik moet sympathiek zijn
  • Ik mag niet zuinig zijn
  • Ik moet dingen meemaken
  • Ik mag niet burgerlijk zijn
  • Ik mag geen beperkte leefwereld hebben
  • Ik moet vooruit komen
  • Ik moet zelfstandig zijn
  • Ik mag niet lelijk zijn
  • Ik mag niet dik zijn
  • Ik mag niet achterbaks zijn
  • Ik mag niet chagrijnig zijn
  • Ik mag niet slecht in mijn werk zijn
  • Ik mag niet onbetrouwbaar zijn